Deze verordening verstaat onder:
gemeentelijk monument: een in deze verordening in artikel 2 nader omschreven:
zaak, die van algemeen belang is wegens zijn ruimtelijk-historische samenhang en/of architectuurhistorische, architectonische, bouwhistorische en/of cultuurhistorische waarden;
terrein, dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;
gemeentelijke adviescommissie: de op basis van artikel 17.9 van de Omgevingswet ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Erfgoedwet, de Omgevingswet, deze verordening en het monumentenbeleid (inclusief het Maastrichts Planologisch Erfgoedregime en de mede hierop gebaseerde omgevingsplan);
archeologische vindplaats: alle locaties waar archeologische sporen en/of vondsten zijn aangetroffen, welke nog niet als vindplaats zijn opgenomen in een omgevingsplan en de daarbij behorende planverbeelding;
plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen, zoals omschreven in het programma van eisen, denkt te gaan beantwoorden;
programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek;
archeologisch onderzoek: archeologisch onderzoek behelst veldwerk, uitwerking, rapportage en het deponeren van vondsten en/of documentatie in het gemeentelijk depot, zoals bedoeld in de ‘Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie’;
bodemverstoring: alle effecten die het gevolg zijn van veranderingen van en/of aan de fysische bodemkarakteristieken, lager dan de bouwvoor;
bouwvoor: de bovenste, veel bewerkte en vaak met humeus materiaal verrijkte laag van de grond; de grondlaag waar de wortels van de planten in groeien;
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;
omgevingsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads-of dorpsgezicht.