De vergaderingen van de commissie zijn besloten. Alle stukken van de
commissie zijn geheim. Dit wordt op de stukken vermeld.
De (fungerend) voorzitter van de commissie wijst bij de
benoemingsprocedure in elke vergadering op de geheimhoudingsplicht,
die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 61c van de
Gemeentewet.
De commissie legt bij de herbenoemingsprocedure in elke vergadering,
met toepassing van artikel 86 van de Gemeentewet, geheimhouding op
over de inhoud van de stukken en het behandelde tijdens de
vergadering. De (fungerend) voorzitter van de commissie ziet erop
toe dat hieraan wordt voldaan.
De geheimhoudingsplicht brengt onder meer mee dat aan raadsleden,
die geen zitting (meer) hebben in de commissie, en aan anderen,
behoudens het bepaalde in de artikelen 9 tweede lid en 10 van deze
verordening, geen inzage in, of informatie omtrent de inhoud van de
stukken of het behandelde ter vergadering wordt verstrekt.
De commissie treft, met inachtneming van de artikelen 7, 8, tweede
lid en 13 van deze verordening, een voorziening met betrekking tot
de wijze waarop de geheimhouding blijft gewaarborgd bij het beheer
van bescheiden, het voeren van correspondentie en bij de bepaling
van plaats en tijdstip van vergaderingen.
De commissie en de gemeenteraad kunnen de geheimhouding waartoe de
Gemeentewet, respectievelijk, zullen de geheimhouding waartoe het
derde lid van deze verordening verplicht, niet opheffen.
De geheimhoudingsplicht blijft na ontbinding van de commissie van
kracht.
Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de
(plaatsvervangend) secretaris en, indien van toepassing, de
adviseur.
Artikel 5