De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of, zo dit lateris, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantalhonden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijkde hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigdvoor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als erin dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename vanhet aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel hetaantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak opontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.
De belastingplicht eindigt op het tijdstip waarop de schriftelijke mededeling isontvangen, inhoudende, dat de belastingplichtige geen houder meer is van eenhond. Hierbij dient dan tevens de uitgereikte hondenpenning te worden ingeleverd.
Artikel 8.
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014