1. Het college bepaalt de oplaadlocatie, binnen bij voorkeur een afstand van 150 meter dan wel maximaal een afstand van 300 meter van het (bedrijfs)adres van de aanvrager.
2. De laadaanbieder beoordeelt vervolgens de oplaadlocatie op de technische uitvoerbaarheid van de netaansluiting.
3. Bij voorkeur wordt het oplaadobject geplaatst direct na een kruising in verband met de zichtbaarheid en het openbare karakter van het oplaadobject.
4. Indien de aanvrager beschikt over een parkeerplaats in de openbare ruimte zoals een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken of een Greenwheels parkeerplaats, wordt het
oplaadobject geplaatst bij deze parkeerplaats, zo mogelijk in combinatie met een openbaar oplaadvak.
5. In blauwe zones, waarbinnen een maximum parkeertijd geldt, worden geen oplaadobjecten geplaatst.
Artikel 5
Locatiebepaling
Onderdeel van Beleidsregels Project Openbare Oplaadinfra elektrische voertuigen Vlaardingen