Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 11

De voorzitter

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie sociale zekerheid Vlaardingen 2014

1.       Het college benoemt een onafhankelijk voorzitter aan de hand van de profielschets genoemd in artikel 10. 2.       De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan die van de leden van de raad en eindigt: a.       aan het einde van de zittingsperiode; b.       door opzegging door de voorzitter; c.       door ontslag door het college op voorstel van de raad, indien de raad onvoldoende vertrouwen heeft in het functioneren van de voorzitter. De voorzitter is in principe herbenoembaar. Wanneer de voorzitter herbenoemd wil worden, wordt hij uitgenodigd voor een gesprek door de wethouder. De wethouder bepaalt of  bij dit gesprek de adviseur en eventueel een lid van de raad aanwezig is. Als naar het oordeel van de wethouder, de voorzitter voor herbenoeming in aanmerking komt, wordt de voorzitter direct door de raad aan het college voorgedragen. 3.       De raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter. 4.       De voorzitter heeft een adviserende stem in de raad. 5.       In geval van staking van stemmen heeft de voorzitter het recht om deel te nemen aan de stemming. 6.       Tot de taak van de voorzitter behoort: a. het mede opstellen van de agenda voor het formele overleg in de agendacommissie; b. het bepalen van dag en uur van de vergadering; c. het openbaar bekendmaken van de vergadering; d. het leiden van de vergadering volgens de ter vergadering vastgestelde agenda; e. het schorsen van de vergadering; f. het vertegenwoordigen van de raad naar andere personen, organisaties en media; g. het toezien op de hoeveelheid verzuim en de inzet van de leden; h. het bewaken van het budget; i. het mede-accorderen van betalingen; j. het aanvragen en mede-verantwoorden van het budget; k. het mede opstellen van het jaarplan en de evaluaties.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel