Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: a.      de gemeente: de gemeente Vlaardingen; b. de gemeenteraad: de raad van de gemeente Vlaardingen; c.       het bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van Vlaardingen; d.       het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen; e.       de wethouder: de portefeuillehouder van sociale zaken en sociale werkvoorziening; f.       het hoofd: het hoofd van de afdeling Sociale Zaken en Werk; g. de afdeling SZW: de afdeling Sociale Zaken en Werk: h.   TBV: de sectie van de afdeling Sociale Zaken en Werk belast met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening: i.      de raad: de cliëntenraad van de afdeling Sociale Zaken en Werk; j.      de adviseur: de door het hoofd van de afdeling Sociale Zaken en Werk  aangewezen beleidsmedewerker die de raad inhoudelijk ondersteunt en adviseert; k.     de cliënt: 1. de persoon die een uitkering, voorziening of subsidie ontvangt op grond van een door de afdeling SZW van de gemeente uitgevoerde wettelijke of aanvullende regeling,of; 2. de persoon die een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de Wsw vervult, of; 3. de persoon met een indicatiestelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid Wsw, alsmede zijn wettelijk vertegenwoordiger; l.       belangenorganisatie: een organisatie die de belangen van de onder k genoemde cliënten behartigt; m.   de agendacommissie: de commissie gevormd door de voorzitter, de adviseur cliëntenraad en eventueel een cliëntenraadslid; n.     de informele vergadering: het overleg tussen de leden van de cliëntenraad en de voorzitter; o.    de formele vergadering: officieel beraad tussen minimaal één vertegenwoordiger van de gemeente en de cliëntenraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel