1. De raad kiest uit zijn midden een penningmeester.
2. Tot de taak van de penningmeester behoort:
a. het mede-opstellen van het jaarplan en de begroting en mede-verantwoorden van het jaarlijkse budget. het beheren van het budget dat op basis van de begroting is toegekend, op zodanige wijze dat de rechtmatigheid van de gedane uitgaven en inkomsten op ieder moment kan worden vastgesteld;
b. het mede-accorderen van betalingen;
c. het verrichten van betalingen per bank en/ of giro.
3. De handelingen als genoemd onder het tweede lid, onder b en d worden geaccordeerd door de voorzitter.
Hoofdstuk V
Artikel 13