Naar hoofdinhoud
1.. De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de regeling en de colleges van de deelnemers kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen. 2.. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging alsmede het advies van het algemeen bestuur en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. 3.. De colleges van de deelnemers besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun gemeenteraden. Van hun besluit stellen zij het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling schriftelijk in kennis. 4.. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer tweederde van de colleges van de deelnemers zich op de wijze als vermeld in lid 3 daarvoor hebben verklaard. 5.. Tenzij in een daartoe strekkend besluit anders is bepaald treedt een wijziging van de regeling in werking op de dag volgende op die waarop is voldaan aan het bepaalde in lid 4. 6.. In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 25, lid 1 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel