**1..** Het college beslist op aanvragen om subsidie, dit met inachtneming van het bepaalde in de wet, de Algemene subsidieverordening en deze verordening.
**2..** Het college kan jaarlijks een subsidieplafond vaststellen voor het subsidiëren van peuter- en VVE-arrangementen.
**3..** Het college kan jaarlijks de normtarieven voor peuter- en VVE-arrangementen vaststellen, evenals de ouderbijdragentabel voor het subsidiëren van peuter- en VVE-arrangementen die door de houder toegepast moeten worden.
**4..** Het college kan aanvullende kwaliteitseisen stellen in de vorm van voorwaarden en verplichtingen inzake de uitvoering van peuter- en VVE-arrangementen en deze vastleggen in nadere regelgeving.
**5..** Het college kan een toezichthouder aanwijzen voor de controle op de in deze verordening en in de nadere regels gestelde eisen aan de uitvoering en de kwaliteit van peuter- en VVE-arrangementen.
**6..** Het college kan de subsidie lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor peuter- en VVE-arrangementen zoals vermeld in deze verordening en in de nadere regels. Hiertoe stelt het college een afwegingsmodel vast.
**7..** Het college kan nadere regels stellen voor de erkenning, inrichting en verdere ontwikkeling van Kindcentra 0-13.
§ 3. Procedurele bepalingen
Artikel9 Aanvraag subsidie
**1..** Een aanvraag voor subsidie voor peuter- en VVE-arrangementen kan door de houder worden ingediend tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
**2..** De aanvraag bevat de naam en het adres van de houder, de locatie waar de opvang plaatsvindt, de wijze waarop de opvang is vermeld in het LRKP met het bijbehorende registratienummer en daarnaast het bankrekeningnummer van de organisatie.
**3..** Bij de subsidieaanvraag wordt een begroting gevoegd waaruit blijkt:
de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
het bedrag van de aanvraag, totaal en verdeeld over het aantal kindplaatsen en de soort opvang (peuter- en/of VVE-arrangementen) waarvoor subsidie wordt gevraagd (artikel 4 lid 1), met in de toelichting de opbouw en motivering van de aantallen en bedragen;
het aantal kindplaatsen dat wordt bezet door peuters van ouders met een fiscale regeling;
de openstelling, aantal groepen en bezetting voor elke locatie.
**4..** De houder beschikt over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
een door de ouder(s) ondertekende aanvraag met daarin de naam en adres en bsn-nummer van de ouder(s);
indien van toepassing: de naam en het bsn-nummer van de partner en, indien dit een ander adres is dan het adres van de ouder, het adres van de partner. De aanvraag is dan ook mede ondertekend door de partner;
naam en bsn-nummer en geboortedatum van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;
inkomensgegevens van de ouder(s) en, indien van toepassing, van de partner waarmee de ouderbijdrage wordt bepaald. De ouder en diens partner die tevens ouder is worden voor de toepassing van deze verordening geacht gezamenlijk één aanspraak te hebben. Hiervoor wordt een IB60-verklaring afgegeven of een kopie van de definitieve aangifte van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar.
de wijze waarop de ouderbijdragentabel is toegepast;
een plaatsingsovereenkomst van het Kindcentrum 0-13 dat de opvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: de naam en adres van het Kindcentrum 0-13 waar de opvang plaatsvindt, de soort opvang, het aantal uren opvang per kind, de kostprijs per uur, de aanvangsdatum en (verwachte) einddatum van de opvang;
gegevens waaruit blijkt dat de ouder al dan niet behoort tot de groep personen als bedoeld in paragraaf 1, artikel 1.5 van de wet;
indien het gaat om VVE-arrangement, een bewijs van indicatiestelling voor VVE van het Consultatiebureau JGZ (Jeugdgezondheidszorg) van de GGD Twente met daarin een opgave van de geldigheidsduur;
**5..** In aanvulling op lid 3 en 4 kan het college overige gegevens opvragen die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag.
**6..** Het college kan bepalen dat de subsidieaanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
**7..** In afwijking van artikel 5 lid 1 kunnen subsidieaanvragen ook na 1 oktober worden ingediend, voor zover dit een gevolg is van een nieuwe inschrijving in het LRKP of een wijziging hiervan. Tot de datum van inschrijving blijft een vorige houder verantwoordelijk voor de opvang.
Hoofdstuk › § 2.
Artikel 8
Bevoegdheden college
Onderdeel van Subsidieverordening Peuter- en VVE-arrangementen