1. Er is sprake van leegstand in een lesgebouw:
a. wanneer het betreft een gebouw van een school voor basisonderwijs indien uit de vergelijking van het aantal
vierkante meters bruto-vloeroppervlakte zoals berekend op basis van bijlage III, deel B en de capaciteit van het
gebouw in vierkante meters bruto-vloeroppervlakte zoals vastgesteld op basis van bijlage III, deel A, blijkt dat er
ten minste een aantal vierkante meters bruto-vloeroppervlakte ter grootte van de in bijlage III, deel C
genoemde drempelwaarde niet nodig is voor de daar gevestigde school of scholen;
2. Er is sprake van leegstand in een gymnastiekruimte:
a. wanneer het een gebouw betreft dat wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonder-wijs of voor
(voortgezet) speciaal onderwijs, indien de som van het aantal klokuren gebruik dat door het college wordt vergoed
minder is dan 40 klokuren;
b. wanneer het een gebouw betreft van een school voor voortgezet onderwijs, indien uit de berekening op basis
van bijlage III, deel B blijkt dat benutting van het gebouw lager is dan 40 lesuren, tenzij het bevoegd gezag op basis
van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het geval is;
c. wanneer het een gebouw betreft dat gebruikt wordt door een of meer scholen voor basisonderwijs, voor
(voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs, indien de som van de berekeningswijzen genoemd
onder a en b een aantal klokuren lager dan 40 oplevert.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.1
Artikel 30
Omschrijving leegstand
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Bergeijk 2013