Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014

De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; die verblijven in een hondenasiel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk asiel is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een bedrijfsinrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welke inrichting is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden. die tijdelijk worden gehouden voor het opleiden tot blindengeleidehond; die tijdelijk worden gehouden voor het opleiden tot gehandicaptenhond; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehonden Vereniging, mits de houder zich verbonden heeft om zijn hond en begeleider, naar wiens bevelen hij gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking te stellen aan de politie; die gehouden worden als reddingshond en waarvan de houder in bezit is van een geldig certificaat van de Stichting Inzet reddingshonden Nederland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel