Naar hoofdinhoud
1.. De directeur betrekt bij de uitoefening van de aan hem opgedragen bevoegdheden de relevante door de gemeenteraad vastgestelde kaders alsmede het door het college vastgestelde beleid. 2.. Het college zorgen ervoor dat de directeur over alle benodigde informatie noodzakelijk voor de uitvoering van het in het tweede lid bepaalde kan beschikken. 3.. Bij voorgenomen nieuw beleid of beleidwijzigingen vindt er afstemmingplaats tussen de directeur en het college.

Rechtspraak bij dit artikel