**1..** Een lid van de raad kan het college of de burgemeester mondelinge vragen stellen.
**2..** Het lid dat tijdens het agendapunt ‘vragen aan de raad’ vragen wil stellen, meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp aan. De aanmelding dient uiterlijk op de dag van de vergadering om 9:00 uur binnen te zijn bij de griffier. Het lid geeft daarbij ook aan of de vraag mag worden doorgezonden naar het college danwel de burgemeester.
**3..** De voorzitter van de raad bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
**4..** De voorzitter van de raad bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de wethouders, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad
**5..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
**6..** Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
**7..** Vervolgens kan de voorzitter van de raad aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
**8..** Tijdens het vragenuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegestaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 40
Vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2013