Naar hoofdinhoud
De voorzitter van de raad stelt een ad hoc-commissie “Geloofsbrieven wethouders” in, die onderzoekt of de kandidaat-wethouders voldoen aan de voorwaarden die de Gemeentewet aan wethouders stelt en de raad hierover schriftelijk adviseert. De ad hoc-commissie “Geloofsbrieven wethouders” bestaat uit vier leden van de raad. De kandidaat-wethouder overlegt de documenten en informatie die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie “Geloofsbrieven wethouders” te verrichten toetsing. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. De commissie “Geloofsbrieven wethouders” toetst de van de kandidaat-wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval een viertal voorschriften: de artikelen 35, 36a, 10 en 41a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten); de artikelen 41b en 12 Gemeentewet (nevenfuncties); artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); de artikelen 41c, 15 en 46 Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen); De commissie verricht zijn werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gemaakt. De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten; Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie “Geloofsbrieven wethouders” een schriftelijk, beargumenteerd, advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s) op grond van de voornoemde voorwaarden die de Gemeentewet hieraan stelt. Indien de ad hoc-commissie niet unaniem is in zijn oordeel wordt hiervan melding gemaakt in het advies. De benoeming van de wethouder is voorwaardelijk tot de burgemeester de integriteitstoets heeft afgerond. De toetsing zal zo mogelijk binnen drie maanden na de voorwaardelijke benoeming zijn afgerond. Indien de uitkomst van de toetsing daar aanleiding toe geeft zal de burgemeester de Gemeenteraad daarover informeren. In de eerstvolgende raadsvergadering na afronding van de toetsing kan dan de onvoorwaardelijkheid van de benoeming door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel