Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 wordt de vergunning ingetrokken indien:
1. De exploitatie van de inrichting door een andere dan de in de vergunning genoemde exploitant is of wordt overgenomen;de inrichting krachtens een verleende of te verlenen bouwvergunning is of wordt gewijzigd en waarbij de totale oppervlakte van de inrichting wordt vergroot.
2. De exploitant of een van de andere leidinggevenden niet of niet langer voldoet aan de bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a en b, en derde lid van de Drank- en Horecawet aan leidinggevenden gestelde eisen.
3. Er zich in de betreffende inrichting activiteiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert of op zal leveren voor de openbare orde.
4. De exploitant en/of een andere leidinggevende van de inrichting toestaat dan wel gedoogt, dat in of vanuit de inrichting strafbare feiten worden gepleegd
5. In strijd wordt gehandeld met artikel 2:40F.
6. In de betreffende inrichting middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet worden verstrekt.
7. Er sprake is van een gewijzigde exploitatie waarvoor geen vergunning is verleend.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 10A
Artikel 2:40J
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Terneuzen 2009