1 Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt (waaronder in ieder geval kampeerwagens, caravans, campers, magazijnwagens, aanhangwagens, keetwagens of andere dergelijke voertuigen):
a langer dan drie achtereenvolgende dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking op de weg te plaatsen of te hebben;
b op een door het college aangewezen plaats te plaatsen of te hebben, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
2 Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.
3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wegenverordening Zeeland 1994 of de Landschapsverordening Zeeland 2001.
HOOFDSTUK 5 › AFDELING 1
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Terneuzen 2009