Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 2.

Regels rond verstrekking en verantwoording.

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning De Ronde Venen 2014

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; er overwegende bezwaren zijn tegen deze vorm van verstrekking; er sprake is van een algemene voorziening; belanghebbende geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. 3.. Het college kan een sportbudget verstrekken indien de belanghebbende actief een sport beoefent; Een sportvoorziening wordt uitsluitend verstrekt als forfaitaire financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming bedraagt maximaal € 3.434,10 welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf van een sportvoorziening, inclusief onderhoud, voor een periode van drie jaar. De belanghebbende moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening, bijvoorbeeld door overleggen van het lidmaatschap van een sportvereniging. 4.. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt plaats: in alle gevallen na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van elk kalenderjaar; de budgethouders dient de besteding van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen en woningaanpassingen te verantwoorden door het overleggen van originele facturen en betalingsbewijzen; de budgethouder dient de besteding van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden te verantwoorden door overlegging van een opgaafformulier van de uitbetaalde PGB. Dit formulier dient vergezeld te gaan van ingediende declaraties door de zorgverlener en kopieën bankafschriften, waaruit blijkt dat het PGB is betaald aan de zorgverlener; de verantwoordingseisen voor de besteding van het persoonsgebonden budget worden in de toekenningsbeschikking opgenomen. 5.. Een deel van het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden is vrij besteedbaar en hoeft niet verantwoord te worden. Het vrij besteedbare bedrag is anderhalf procent van het netto budget met een minimum van € 100,00 en een maximum van € 250,00 per kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel