De leden van de raad en de leden van een commissie, als bedoeld in artikel 3 van deze verordening, ontvangen in zoverre hiervoor uit anderen hoofde geen vergoeding wordt verkregen, een vergoeding voor de reis-en verblijfkosten, gemaakt in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een besluit van het gemeentebestuur of een commissie, welke wordt vastgesteld overeenkomstig de regels van de vergoeding welke een rijksambtenaar ingevolge het Reisbesluit 1971 en de daarop gebaseerde beschikkingen, bij de desbetreffende beschikking ingedeeld in de hoogste categorie, voor dienstreizen ontvangt.
De wethouders ontvangen in zovere hiervoor uit anderen hoofde geen vergoeding wordt verkregen, op basis van het Reisbesluit 1971 en de daarop gebaseerde beschikkingen en uitvoeringsbepalingen, een vergoeding voor de in verband met hun functie gemaakte reis- en verblijfkosten.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening geldelijke voorzieningen raads-en commissieleden en onkostenvergoedingen wethouders