Bij de verstrekking of toekenning van een algemene of
individuele vervoersvoorziening geniet de voorziening in
natura, zoals bedoeld in artikel 22, onder a (collectief
vervoer) en b (scootermobiel) van de Verordening, altijd het
primaat boven de verstrekking van een persoonsgebonden
budget. Uitzondering hierop zijn de vervoersvoorzieningen
die om een medische reden en/of andere zwaarwegende redenen
niet ingevuld kunnen worden door de verstrekking van een
collectieve vervoersvoorziening en scootmobielen.
Het persoonsgebonden budget voor een scootermobiel
wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de
huurprijs van de goedkoopst- adequate voorziening inclusief
onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de
leverancier wordt betaald.
De hoogte van een door het college te verlenen
financiële tegemoetkoming voor de aanpassing van een
eigen auto wordt vastgesteld als tegenwaarde van het
bedrag zoals vermeld in de door het college
geaccepteerde offerte dan wel het door het college
voor dergelijke voorziening vastgesteld
maximum.
De vergoeding wordt eenmaal per 5 jaar verstrekt.
Indien als gevolg van toepassing van dit artikel
extra verzekeringskosten en hogere kosten
i.v.m.
de motorrijtuigenbelasting ontstaan, komen deze
meerkosten voor vergoeding in aanmerking.
Bij tussentijdse hernieuwde aanvraag (aanschaf
andere auto) wordt naar rato van de verstreken tijd
een vergoeding verleend. Op de vergoeding wordt dan
een mindering toegepast gebaseerd op de eerdere
vergoeding voor hetzelfde type uitvoering van de
auto.
De korting wordt niet toegepast indien de hernieuwde
aanvraag een gevolg is van een calamiteit.
Het bedrag dat verstrekt wordt voor het gebruik van
vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 22
onder c van de Verordening bedraagt voor het gebruik
van een eigen auto per kilometer een vergoeding die
gelijk aan het huidige algemeen gehanteerde bedrag
voor reiskostenvergoeding werkverkeer (per 2007 €
0,28 per km.) met een maximum van 2.000 kilometer
per jaar.
b Dit bedrag zal, indien van toepassing , jaarlijks
worden aangepast aan de wettelijke fiscale
bepalingen.
Voor zover de behoeften van echtgenoten niet samenvallen,
wordt bij een voorziening zoals bedoeld onder artikel 22
onder c van de Verordening, niet meer dan anderhalf maal een
enkele vergoeding zoals genoemd in dit besluit onder artikel
15 lid 4 toegekend
PARAGRAAF 5
Artikel 14
vaststelling persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Gulpen-Wittem 2010