**1..** In dit artikel wordt verstaan onder:
a. Wet: de Wet op de kansspelen;
b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet,
e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van e Wet.
f. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.
**2..** In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
**3..** In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
**4..** In recreatieruimten of kampeerterreinen, als bedoeld in lid 1, onder f, is één speelautomaat per 100 kampeermiddelen of gedeelten daarvan toegestaan met dien verstande dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan.
AFDELING 4 MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.2
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2008