Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.3.2

Speelautomaten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2008

1.. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Wet: de Wet op de kansspelen; b. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; c. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; d. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet, e. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van e Wet. f. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 2.. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 3.. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. 4.. In recreatieruimten of kampeerterreinen, als bedoeld in lid 1, onder f, is één speelautomaat per 100 kampeermiddelen of gedeelten daarvan toegestaan met dien verstande dat kansspelautomaten niet zijn toegestaan. AFDELING 4 MAATREGELEN TEGEN OVERLAST EN BALDADIGHEID

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel