Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.4.19

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2008

1.. ven of te laten lopen op of aan de weg of op het terrein van een ander:a anders dan kort aangelijnd, nadat het college aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt;b anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf, nadat het college de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat zij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en zij een aanlijn- en muilkorfgebod in verband met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verbli 2.. In afwijking van artikel 2.4.17 aanhef en onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid geldt bovendien dat de hond moet zijn voorzien van een optisch leesbaar, niet verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of in de buikwand. 3.. In het eerste lid wordt verstaan onder: muilkorf: een korf vervaardigd van stevig kunststof, of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. kort aanlijnen: aanlijnen van een hond met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel