Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4:18

Bestrijding iepziekte

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Bladel 2011

1.. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van burgemeester en wethouders gevaar opleveren voor verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van iepenspintkevers is de rechthebbende, indien hij daartoe door burgemeester en wethouders is aangeschreven, verplicht binnen de bij de aanschrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen; of de niet ontschorste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen. 2.. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren. 3.. Het verbod genoemd in het tweede lid is niet van toepassing op geheel ontschorst iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 cm. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder het tweede lid gestelde verbod.

Rechtspraak bij dit artikel