**1..** Onder "een ander", zoals genoemd in artikel 3,4 en 5 wordt niet begrepen de persoon, die zorg verleent of zorg ontvangt en:
met een geldig indicatiebesluit aantoont dat de ontvanger van de zorg is aangewezen op tien of meer uren per week zorg als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor zover het betreft persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding, verblijf, of voortgezet verblijf, waarbij voor begeleiding, verblijf of voortgezet verblijf een dagdeel geldt als 4 uren en een etmaal als 24 uren;
aangetoond is dat de ontvanger van de zorg voor in elk geval tien van de uren zorg per week waarop de ontvanger van de zorg op grond van het indicatiebesluit, bedoeld onder 1°, is aangewezen geen persoonsgebonden budget ontvangt en dat in ieder geval tien van die uren zorg per week niet worden verleend door een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; en
aannemelijk is gemaakt dat de verlener van de zorg in elk geval tien van de uren zorg per week waarop hij op grond van het indicatiebesluit, bedoeld onder 1°, is aangewezen, aan de ontvanger van de zorg is verleend;
**2..** Onder “een ander”, zoals genoemd in artikel 3, 4 en 5 wordt niet begrepen een ongehuwd kind dat aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 dan wel een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en over een inkomen beschikt dat niet hoger is dan het bedrag in artikel 20, lid 1, sub b, van de wet.
Hoofdstuk 4.
Artikel 6.
Geen “ander”
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2013