**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
Bijstandsnorm: De norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet;
Belanghebbende: De alleenstaande, de alleenstaande ouder en de gehuwden of samenwonenden;
Gehuwdennorm: De norm bedoeld in artikel 21, onderdeel c van de wet;
Inkomen: Het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor onderdeel b 'een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan’ moet worden gelezen ‘de referteperiode’; Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;
Peildatum: De datum waarop in enig jaar het recht op langdurigheidstoeslag ontstaat;
Referteperiode: Een onafgebroken periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum;
Wet: De Wet werk en bijstand (WWB);
WSF 2000: Wet Studiefinanciering 2000;
Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
**2..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.
Begrippen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2013