Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 1.

Artikel 4:3

Kennisgeving incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

1.. Het is een inrichting toegestaan een incidentele festiviteit te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2.. Het is een inrichting toegestaan om tijdens een incidentele festiviteit de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113 , eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3.. Het college kan, rekening houdend met het woon- en leefklimaat en de aard en de ligging van de inrichting, het aantal aan te wijzen dagen of dagdelen per kalenderjaar voor het houden van incidentele festiviteiten vaststellen. 4.. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 5.. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 6.. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 7.. Het college kan, rekening houdend met het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting en de aard van de incidentele festiviteit, voorwaarden stellen ter beperking van overlast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel