**1..** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet.
**2..** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder d, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1 eerste lid, X6 en X8 tweede, derde en vijfde lid van de Kieswet.
**3..** In geval van overlijden van een raadslid eindigen de vergoedingen bedoeld in artikel 2 en 3 op de laatste dag van de maand van overlijden.
**4..** De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks uitbetaald.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Berekening en betaling vaste vergoedingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen raadsleden en raadsvolgers 2009