Naar hoofdinhoud

Artikel 2.3

Artikel 2.3

Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening (9.17b6)

1.. Een budgetsubsidie wordt uitsluitend verstrekt aan instellingen die: waarvan de gemiddelde jaarlijkse lasten over de afgelopen 3 jaren minimaal € 45.000,-- bedroegen en twee of meerdere personen in vaste loondienst hebben. 2.. Een budgetsubsidie aan een instelling, die op grond van haar doelstelling niet de mogelijkheid heeft om naast de gemeentelijke subsidie te beschikken over andere inkomsten, bedraagt maximaal 100% van de totale kosten van de te subsidiëren activiteiten en bedraagt per jaar maximaal het in het vierde lid genoemde bedrag. 3.. Een budgetsubsidie aan een instelling, die op grond van haar doelstelling wel de mogelijkheid heeft om naast de gemeentelijke subsidie te beschikken over andere inkomsten, bedraagt maximaal 80% van de totale kosten van de te subsidiëren activiteiten en bedraagt per kalenderjaar maximaal het in het vierde lid genoemde bedrag. 4.. De hoogte van de budgetsubsidie bedraagt per jaar maximaal de volgende bedragen: voor activiteiten op het terrein participatie, kinder-, jeugd-, en jongerenwerk: € 501.000,00; voor activiteiten op het terrein zorg: € 59.091,00; voor activiteiten op het terrein maatschappelijke dienstverlening: € 314.444,00; voor activiteiten op het terrein peuterspeelzaalwerk: € 20.000,00 voor het exploiteren van een kulturhus (bibliotheek en theater): € 858.480,00; voor activiteiten op het terrein recreatie en toerisme: 10. voor onderhoud en beheer van recreatiecomplex Scholtenhagen: € 272.500,00; 20. voor het exploiteren van het toeristisch bureau: € 66.510,00; 30. voor het promoten van een historisch spoorwegbedrijf en spoorwegmuseum: € 8.000,00; voor activiteiten op het terrein zwembad: € 317.000,00; voor activiteiten op het terrein jeugdgezondheidszorg: € 52.392,00; voor activiteiten op het terrein veiligheid: € 6.166,00; voor activiteiten op het terrein vrijwillige gezinsondersteuning: € 9.250,00.

Rechtspraak bij dit artikel