1.Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.de wet:
Alcoholwet;
b.terras:
het buiten de besloten ruimte gelegen deel van een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor gebruik ter plaatse mogen worden verstrekt;
c.vergunning:
de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de wet;
d.bezoeker:
een ieder die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van:
·leidinggevenden in de zin van de wet;
·personen die dienst doen in de inrichting;
·personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is;
e.paracommerciële inrichting:
rechtspersonen, niet zijnde een NV of een BV, waar alcohol wordt geschonken en die zich richten op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard;
f.restaurant:
een inrichting voornamelijk gericht op het verstrekken van maaltijden.
2.Voor de toepassing van deze verordening wordt onder de overige begrippen in deze verordening verstaan hetgeen de wet daaronder verstaat.