De belasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning
heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of
boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de
vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het
eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven
voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.