Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 10

Het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen arbeidsinschakeling

Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening WWB, IOAW, IOAZ 2013

Indien belanghebbende de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 55 WWB en de artikelen 37 IOAW en IOAZ niet of onvoldoende nakomt wordt een maatregel opgelegd. Het gedrag wordt onderscheiden in categorieën zoals nader omschreven in het tweede, derde en vierde lid. De eerste categorie betreft: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Werkplein of het niet tijdig laten verlengen van die registratie. De tweede categorie betreft: het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid; het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling; het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan met betrekking tot de arbeidsinschakeling; het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het onvoldoende aantonen dat het regulier onderwijs geen mogelijkheden meer biedt door een persoon jonger dan 27 jaar; het niet of onvoldoende leveren van een tegenprestatie naar vermogen; het belemmeren van de arbeidsinschakeling; het niet of in onvoldoende gebruikmaken van een aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering; het zich niet onderwerpen aan een, op advies van een arts, noodzakelijk geachte behandeling van medische aard; het stellen van onredelijke eisen in verband met de door hem te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren; het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten naar beste vermogen te verrichten. De derde categorie betreft: het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; Voor de bepalen van de hoogte van de maatregel worden de in het zesde lid bedoelde percentages toegepast onverminderd het bepaalde in artikel 3 lid 4. De hoogte van de maatregel bedraagt gedurende een maand: 10% procent van de norm bij de eerste categorie; 50% procent van de norm bij de tweede categorie; 100% procent van de norm bij de derde categorie; Indien belanghebbende zich binnen twee jaar na de bekendmaking van het besluit waarbij aan hem een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een maatregelwaardige gedraging leidt dit tot een verdubbeling van de duur van de maatregel. Met een besluit waarbij een maatregel is opgelegd wordt gelijk gesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel