1.Het havengeld bedraagt voor elke keer dat een beroepsvaartuig in de haven van
Waalwijk komt per ton laadvermogen € 0,08 met een minimum van € 4,40.
2.Het havengeld bedraagt voor elke keer dat een beroepsvaartuig in de haven van
Waspik of Sprang-Capelle komt per ton laadvermogen € 0,07 met een minimum van
€ 4,40.
3.In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, bedraagt het havengeld
voor beroepsvaartuigen die de haven aandoen om slechts een gedeelte van de zaken
te lossen of te laden, indien het gewicht van de te lossen of te laden zaken minder be-
draagt dan de helft van het laadvermogen van het vaartuig, 50% van het havengeld
dat bij het volledig laadvermogen van het binnenschip zou zijn verschuldigd, met een
minimum van € 4,40.
4.Voor een beroepsvaartuig dat is gemaakt, ingericht of wordt gebruikt voor het vervoe-
ren van containers, wordt havengeld bepaald op basis van het aantal te lossen en/of
te laden containers per keer dat het binnenschip de haven aandoet. Het havengeld
bedraagt € 0,94 per container (ongeacht de afmeting), met een minimum van € 4,40.
5.Het havengeld bedraagt voor elke keer dat een pleziervaartuig in de haven van
Waalwijk komt per vierkante meter € 0,07 met een minimum van € 4,40.
6.Het havengeld bedraagt voor elke keer dat een pleziervaartuig in de haven van Was-
pik komt per vierkante meter € 0,07 met een minimum van € 4,40.
7.Voor elke keer, dat voor het invaren van een vaartuig in de haven gebruik wordt ge-
maakt van de schutsluis, wordt boven het in artikel 3 bedoelde recht, per vaartuig een
recht geheven van € 0,03 per ton respectievelijk per container of vierkante meter met
een minimum van € 4,40.
8.Onverminderd het in het zevende lid bedoelde recht is het voor op aanvraag gebruik
maken van de schutsluis buiten de vastgestelde openingstijden een recht verschuldigd
van € 32,15 per keer dat van de schutsluis gebruik wordt gemaakt.
9.Het recht bedraagt voor het gebruik van de haven voor het innemen van een ligplaats
met een vaartuig als bedoeld in artikel 6 lid 1 sub c en sub d van deze verordening
per in gebruik genomen steigereenheid:
Per maandper ½ jaarper jaar
1 steigereenheid € 3,70 € 20,40 € 37,15
2 steigereenheden € 7,45 € 40,80 € 74,20
3 steigereenheden € 11,20 € 61,25 € 111,30
4 steigereenheden € 14,90 € 81,65 € 148,35
10.Voor overige vaartuigen (vlotten, pontons, drijvende kranen) bedraagt het havengeld
10. voor elke keer dat het vaartuig de haven bezoekt € 70,30.