Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een
gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal
niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit voortvloeiende
regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit
traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming
van herhaling van de overtreding(-en)
Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de
volgende stappen: stap 1: aanwijzing stap 2: last onder dwangsom/last
onder bestuursdwang, stap 3: exploitatieverbod stap 4: verwijdering uit
het landelijk register kinderopvang of het register peuterspeelzalen
Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college
besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende
traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is
toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het
afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. Bij het opleggen van
een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog:
maximaal 2 weken prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden prioriteit
laag: maximaal 6 maanden
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Herstelsancties
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor de gemeenten in de regio Gooi & Vechtstreek