Bij hun beslissing op aanvragen om subsidie-ineens ingevolge artikel 2.2 houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met:
het advies van de monumentencommissie;
de prioriteit die het treffen van de voorzieningen heeft, rekening houdende met mogelijke vervolgschade bij het nalaten van het herstel en/of de datum van binnenkomst;
de waarde van het pand, bouwwerk, geen gebouw zijnde, of werk zijnde monument;
de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, bouwwerk, geen gebouw zijnde, of werk, mede in relatie tot zijn omgeving;
het huidige en toekomstige gebruik van het pand;
de wijze van exploitatie van het pand;
de mate waarin de aard van de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van hun bedrijf.
Beperking van toekenning
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Artikel 2.3
Onderdeel van Subsidieverordening gemeentelijke monumenten (6.1)