Alvorens een advies uit te brengen stelt de commissie de klager, de
aangeklaagde en zo nodig de informant en getuigen in de gelegenheid
om te worden gehoord. De commissie kan het horen opdragen aan de
voorzitter of een ander lid van de commissie of aan beiden.
Van het horen kan worden afgezien indien de klacht kennelijk
ongegrond is.
De zittingen van de commissie zijn niet openbaar.
Van het horen wordt een verslag gemaakt.
De zittingen vinden zoveel mogelijk plaats op een voor partijen goed
bereikbare locatie die voldoende rust en discretie biedt aan alle
betrokkenen.
De commissie zendt tijdig voorafgaand aan de hoorzitting aan de
aangeklaagde - en voor zover nodig aan klager en informant - een
afschrift van de klacht en van andere stukken die op de klacht
betrekking hebben.
De commissie hoort de klager, de aangeklaagde en de getuigen in
beginsel buiten elkaars aanwezigheid. De commissie stelt klager en
aangeklaagde in de gelegenheid van elkaars zienswijzen, alsmede van
de inhoud van de hoorgesprekken met de informant en/of de getuigen
kennis te nemen en daarop te reageren.
De klager en aangeklaagde kunnen zich op eigen kosten ter zitting
laten bijstaan door een (raads)persoon.
De commissie is bevoegd om getuigen, andere betrokkenen en
deskundigen schriftelijk of mondeling te raadplegen.