Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening (6.2a)

1.. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder i, de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: het een verstoring betreft van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de archeologische beleidsadvieskaart met AMZ-adviezen, bedoeld in artikel 1, onder h, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met een met een lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 100.000 m2, of in een gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 5.000 m2; of in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2; of in de historische kern van Haaksbergen indien het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2; binnen een attentiecirkel rond een (historische) vindplaats en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2; binnen een attentiecirkel rond (een) historische boerderij(en) en het te verstoren gebied kleiner is dan 2.500 m2; in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen over archeologische monumentenzorg; sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wabo en hierin voorschriften zijn opgenomen over archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt over de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart en de archeologische beleidsadvieskaart; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn; het bevoegd gezag beschikt over advies van de regio-archeoloog en waarin, op basis van specifieke nieuwe informatie of informatie op basis van voortschrijdend inzicht, blijkt dat er geen archeologische waarden (meer) te verwachten zijn en er aldus geen onderzoek vereist wordt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel