**1..** Van de bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3 eerste lid van deze beleidsregel zal geen gebruik worden gemaakt voordat tenminste 26 weken zijn verstreken na het onherroepelijk worden van een verleende omgevingsvergunning.
**2..** Aan elke vergunninghouder waarvan geconstateerd wordt dat deze niet binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van een verleende omgevingsvergunning een aanvang met de bouwwerkzaamheden heeft gemaakt, zal een voornemen tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning worden bekendgemaakt.
**3..** In het geval dat er een zienswijze is ingediend wordt bezien of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een nadere termijn waarbinnen met de bouwwerkzaamheden een aanvang moet zijn gemaakt.
**4..** De nadere termijn zoals bedoeld in het vorige lid wordt naar redelijkheid en in het licht van het concrete geval bepaald, doch zal nimmer langer zijn dan 78 extra weken.
Hoofdstuk
Artikel 4
Intrekkingsregeling bij onherroepelijkheid van 26 weken of meer.
Onderdeel van Beleid intrekken omgevingsvergunning wegens tijdsverloop