In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan het college de ontheffing of vergunning intrekken, wijzigen of weigeren indien:
**1..** de vergunninghouder de bepalingen in deze verordening overtreden;
**2..** aannemelijk is dat de vergunninghouder betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
**3..** de vergunninghouder toestaan of gedogen dat in de paracommerciële inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
**4..** de vergunninghouder zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook;
**5..** zich in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting.
**6..** de vergunninghouder zich niet houdt aan voorschriften van de ontheffing of vergunning.
**7..** indien tijdens de ontheffings- of vergunningsperiode zich een commerciële horeca inrichting zich vestigt in de dorp/stad:
zal de ontheffing niet worden omgezet tot een vergunning.
zal de vergunning na verloop van de termijn niet verlengd worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 22
Intrekkings-, wijzigings- en weigeringsgronden
Onderdeel van HORECAVERORDENING GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK