Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 11

Toezicht en handhaving

Onderdeel van Verordening Kabels en Leidingen Ridderkerk 2013

1.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde in deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren. 2.. Indien het college of de aangewezen ambtenaar vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten handhavend op te treden. 3.. Bij grove nalatigheid of recidive kan het college strafrechtelijke handhaving in gang zetten. 4.. Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden gestart of uitgevoerd, vervalt de vergunning, tenzij er tijdig een gegronde reden wordt medegedeeld, dit met in achtneming van de maximale geldigheidsduur van het instemmingsbesluit en ter beoordeling van het college. 5.. Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt: Zonder vergunning als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze verordening; zonder voorafgaande melding, als bedoeld in artikel 4 lid 2 van deze verordening; in strijd met het in de vergunning opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing, de wijze van uitvoering of andere van toepassing verklaarde voorschriften.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel