In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: de bebouwde kom van de
gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
Boswet;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in
artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht;
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met
een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3
meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid
geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
boomwaarde: de geldelijke waarde van een boom
zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van
Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen;
herplantwaarde: de geldelijke waarde van een
boom volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde
Goudse Rekenmodel voor het afkopen van een herplantplicht;
houtopstand: één of meer bomen of
boomvormers, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een
houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken,
een beplanting van bosplantsoen, een struweel of heg, met de
onder sub a. genoemde minimale dwarsdoorsnede;
kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon
van een boom tot een hoofdstam met takstompen;
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen
van het bovengrondse deel van de houtopstand;
monumentale boom: een houtopstand die is
opgenomen op de gemeentelijke lijst van monumentale bomen. Deze
lijst betreft zowel gemeentelijke als particuliere monumentale
bomen;
openbare ruimte: de - al dan niet met enige
beperking - voor het publiek toegankelijke ruimte, zoals wegen,
parkeerplaatsen, stoepen, pleinen en open plaatsen, parken,
plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen;
rooien: het geheel verwijderen van het boven-
en ondergrondse deel van de houtopstand.
vellen: rooien: kappen; verplanten; het
snoeien van meer dan 30 procent van de kroon of het
wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
handelingen, zowel boven als ondergronds, die de dood of
ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand
ten gevolge kunnen hebben;