**1..** Het salaris van de ambtenaar wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek ver hoogd tot het naast hogere bedrag.
**2..** Behoudens het bepaalde in artikel 8 worden de periodieke verhogingen toegekend:
wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en hij het maximum salaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling één jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.
**3..** Het tijdstip waarop ingevolge het vorige lid aan de onder a. bedoelde ambtenaar voor de eerste maal een periodieke verhoging wordt toegekend, kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van burgemeester en wethouders aanleiding bestaat.
**4..** Indien de in het vorige lid onder a. bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 21e verjaardag was aangesteld, worden hem de periodieke verhogingen toegekend met ingang van de eerste dag van de maand, waarin zijn verjaardag valt.
**5..** Voor de ambtenaar in dienst op 31 december 1988 wordt de in het tweede lid onder a. en b. alsmede de in het vierde lid vermelde leeftijd gesteld op 21 jaar.
**6..** Het salaris wordt, indien de salarisschaal dit aangeeft en wanneer het maximumsalaris is bereikt, voor de eerste maal na vijf jaar en vervolgens om de twee jaar verhoogd tot het naasthogere bedrag, vermeld achter een salarisnummer beginnende met de letter U.
**7..** De tijd gedurende welke de ambtenaar ingevolge wettelijke verplichting, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de UWO, wordt geacht in zijn betrekking met verlof te zijn, wordt voor de toekenning van het salaris als diensttijd in aanmerking genomen.