Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2

Artikel 5.4

Artikel 5.4

Onderdeel van Nadere regels welzijnssubsidies

1. Onder een zelfstandige eenheid wordt verstaan: a. blaasorkest; b. mars- en showorkest; c. jeugdorkest. 2. De organisatie dan wel de onderliggende eenheden dienen door een landelijke koepelorganisatie erkend te zijn. 3. a. een blaasorkest is een harmonie, fanfare of blaaskapel, echter niet zijnde een dweilorkest; b. een mars- en showorkest is een drumfanfare, showband, drum- en malletbands, tamboer-, fluit-,  lyra-, pijper- en/of jachthoornkorps eventueel aangevuld met een majorettegroep en/of met een vendelgroep; c. een jeugdorkest is een jeugdafdeling van de in lid 1. onder a of b, genoemde eenheden. 4. De subsidie voor blaasorkesten, mars- en showorkesten en jeugdorkesten bestaat uit: a. een bedrag van € 2.000,00 voor één eenheid voor een onder lid 1.a. vallende organisatie of een bedrag van € 750,00 voor één eenheid voor een onder lid 1.b. vallende organisatie; b. een bedrag van € 2.500,00 voor twee eenheden waarbij één eenheid valt onder lid 1.a. of een bedrag van € 1.500,00 voor twee eenheden wanneer geen eenheid valt onder lid 1.a. c. een bedrag van € 3.000,00 voor drie of meer eenheden voor onder lid 1 vallende organisaties. 5. Naast de subsidie per eenheid kan de organisatie een subsidie ontvangen voor het aantal leden. De subsidie bestaat uit: a. een bedrag van € 500,00 voor een ledenaantal tot 50 leden; b. een bedrag van € 750,00 voor een ledenaantal tussen 50 en 100 leden; c. een bedrag van € 1.000,00 voor een ledenaantal van 100 of meer leden. De hoogte van deze subsidie wordt bepaald aan de hand van het ledenaantal op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

Rechtspraak bij dit artikel