Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager moet schriftelijk op het daarvoor bestemde formulier een tegemoetkoming bij het college indienen. 2.. De aanvrager moet de volgende bewijsstukken bij de aanvraag in te dienen: inkomsten van de maand voorafgaand of de maand van aanvraag waarop de aanvraag betrekking heeft en; vermogen (bezittingen) van de maand voorafgaand of de maand van aanvraag waarop de aanvraag betrekking heeft en; geldig legitimatiebewijs en; bewijsstukken waaruit blijkt dat de aangevraagde kosten zijn voldaan. Dit geldt alleen voor het activiteitenfonds. 3.. De aanvrager kan tot maximaal 1 maand na het verstrijken van een subsidiejaar een aanvraag voor het activiteitenfonds indienen. 4.. Wanneer de gemeente over voldoende informatie beschikt beoordeelt het college of ze [lees: het] de vergoeding kan toekennen.

Rechtspraak bij dit artikel