In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 gelden de volgende betalingstermijnen:
bij betaling door middel van automatische incasso, moeten de aanslagen worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later;
bij betaling op andere wijze dan middels automatische incasso moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn één maand later;
Met betrekking tot een als gevolg van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking betreffende een bestuurlijke boete, zijn de voorgaande leden van toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de aanslag;
De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7 tweede lid van deze verordening, a. mondeling wordt gedaan: op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan: op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving;
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk II
Artikel 9
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reinigingsheffingen 2014 en Tarieventabel