**1..** De voor onbepaalde tijd uitgegeven graven worden geacht te zijn
verleend volgens de bepalingen van deze verordening. Het recht om in
deze grafruimte te doen begraven tot aan het tijdstip dat de
begraafplaats of het gedeelte van de begraafplaats waar deze graven
gelegen zijn gesloten wordt verklaard, blijft gehandhaafd. Het recht
om in deze grafruimte te doen begraven kan wel vervallen indien het
beschrevene in artikel 17 lid 5, artikel 18 lid 3 of artikel 19 lid
1 zich voor doet.
**2..** De voor bepaalde tijd uitgegeven graven worden geacht te zijn
verleend volgens de bepalingen van deze verordening.
**3..** In uitzondering op lid 1 en 2 geldt artikel 26 lid 1 van deze
verordening niet voor de graven die zijn uitgegeven voor het
inwerkingtreden van deze verordening. Voor deze graven gelden de
regels met betrekking tot onderhoud zoals beschreven in de geldende
verordening uit de tijd van de verlening van het uitsluitend recht
tot begraven of bijzetten van as voor het betreffende graf.
**4..** De vergunningen voor de bij het in werking treden van deze
verordening op de begraafplaatsen aanwezige gedenktekens worden
geacht krachtens deze verordening te zijn verleend.
HOOFDSTUK 10
Artikel 33
Overgangsbepaling
Onderdeel van Verordening algemene begraafplaatsen Ridderkerk 2013