Het college kan op grond van artikel 4:48 van de Awb zolang de
subsidie nog niet is vastgesteld de subsidieverlening intrekken
of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien:
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet
geheel hebben plaatsgevonden of zullen vinden;
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie
verbonden verplichtingen;
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt en de verstrekking van juiste of onvolledige gegevens
tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening
zou hebben geleid;
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of
met toepassing van artikel 4:34, vijfde lid, van de Awb een
beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter
beschikking worden gesteld.
Het college kan verder zolang de subsidie nog niet is
vastgesteld de subsidieverlening op grond van artikel 4:50 van
de Awb met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of
ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen:
voor zover de subsidieverlening onjuist is;
voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten
zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
voortzetting van de subsidie verzetten.
aanvraag tot subsidievaststelling
Hoofdstuk 2
Artikel 11
intrekken en wijziging beschikking tot subsidieverlening
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Bloemendaal 2009