De volgende omschrijvingen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen worden op grond van artikel 3, tweede lid, van de verordening vastgesteld:
groente-, fruit- en tuinafval: dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt is van omvang en apart wordt ingezameld;
klein chemisch afval: huishoudelijke afvalstoffen zoals vermeld op de KCA-lijst van het ministerie van VROM;
glas: op kleur gescheiden eenmalige glasverpakkingen zoals flessen, potten en andere glazen verpakkingen, met uitzondering van vlakglas, (glas)keramiek, gloei- en spaarlampen, TL-lampen, nagellakflesjes, stenen kruiken, porselein, kristal, spiegels, doppen van flessen, kunststofflessen en kurken;
oud papier en karton: huishoudelijk oud papier en karton dat droog en schoon en niet vervuild is met andere afvalfracties, met uitzondering van drankenkartons voor zuivel en frisdranken, ordners en ringbanden met metaal en/of plastic onderdelen, geplastificeerd papier, sanitair papier, behang, vinyl en doorslagpapier;
bruikbaar huisraad: meubilair en andere kringloopgoederen;
kunststof verpakkingen: verpakkingen van kunststof zoals bedoeld in het kader van de Raamovereenkomst verpakkingen;
textiel: kleding, lakens, dekens, handdoeken en dergelijke, schoeisels, grote lappen stof en gordijnen die schoon zijn, niet vervuild met andere afvalfracties en niet eerder gebruikt als bijvoorbeeld poets- of verflappen;
elektrische en elektronische apparatuur: de producten zoals genoemd in de Regeling beheer elektrische en elektronische apparatuur;
bouw- en sloopafval: harde steenachtige materialen, zoals puin, gasbeton, dakpannen, serviesgoed, sloophout en isolatiematerialen;
verduurzaamd hout: hout dat is geïmpregneerd, te herkennen aan groene of bruine kleur, zoals bielzen of tuinhout;
grof huishoudelijke afval: huishoudelijke afvalstoffen die te groot en/of te zwaar zijn om in de minicontainer of vuilniszak te worden aangeboden, zoals meubilair, vloerbedekking en gebruiksvoorwerpen. Het zijn de afvalstoffen die overblijven na het scheiden van bovenstaande categorieën. De volgende stoffen zijn geen grof huishoudelijk afval:
huisvuil;
giftige, bijtende of licht ontvlambare stoffen;
stoffen die gevaar opleveren door zelfontbranding, besmetting of bestraling;
vloeibare of halfvloeibare stoffen;
roet;
stoffen die ongedierte bevatten of een overmatige stank verspreiden, zoals stoffen uit controleputjes of andere putten van de riolering;
tuinvuil dat niet is ontdaan van aanhangende grond of wortelstobben;
bomen, boomstompen;
zand en grond;
auto-onderdelen;
accu's;
puin;
steenwol of glaswol;
asbest en asbesthoudend materiaal;
bedrijfsafval;
pathologisch afval en destructiemateriaal;
afval afkomstig van afbraak- en sloopwerkzaamheden, balken of bielzen;
geheel of gedeeltelijk gevulde vaten, drums, bussen, zakken of andere voorwerpen, voor zover op de inhoud daarvan geen directe controle uitgeoefend kan worden;
asbest en asbesthoudend materiaal: afval waarin zich asbest bevindt;
grof huishoudelijk afval: volumineus of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting of gewicht niet in een inzamelmiddel of via eeninzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden;
huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen genoemd in artikel 3 van de verordening;
oude metalen;
autobanden;
schone grond;
bitumenhoudend afval.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Uitvoeringsbesluiten, Nadere regels en Aanwijsbesluiten behorende bij de Afvalstoffenverordening 2011