Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

De aanvraag tot subsidievaststelling

Onderdeel van BIJZONDERE SUBSIDIEVERORDENING INTERNATIONALE BETREKKINGEN HELMOND 2014

1.. De subsidieontvanger dient binnen dertien weken na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend een aanvraag voor subsidievaststelling in, tenzij: de subsidie ambtshalve door de commissie wordt vastgesteld; dit in de uitvoeringsovereenkomst anders is geregeld; in het besluit tot subsidieverlening (beschikking) anders is bepaald; het een subsidiebesluit betreft waarbij het besluit tot subsidieverlening en subsidievaststelling samenvallen. 2.. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.2 van deze verordening overgelegd een activiteitenverslag als bedoeld in artikel 4:80 Awb. 3.. Naast de verplichtingen in voorgaande leden, kan de commissie voor zover zij dit noodzakelijk acht de instelling verplichten dat andere gegevens en bescheiden worden overgelegd. 4.. Indien de instelling ingevolge wettelijk voorschrift verplicht is tot het opstellen van een jaarrekening als bedoeld in artikel 2:361 van het Burgerlijk Wetboek, of indien dit bij de subsidieverlening is bepaald, legt zij in plaats van het financieel verslag de jaarrekening over.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel