Naar hoofdinhoud
De plaatsing van voorwerpen moet aan de volgende voorwaarden voldoen: instructies en aanwijzingen van gemeente, politie, brandweer en ambulancediensten worden direct opgevolgd; vluchtwegen mogen niet geblokkeerd worden; blindegeleide stroken mogen niet belemmerd worden; geen plaatsing op of boven brandkranen; geen plaatsing op gehandicaptenparkeerplaats; een doorgang voor hulpdiensten van minimaal 3,5 meter dient vrijgelaten te worden; bij plaatsing op trottoirs dient een strook van 1,20 meter vrijgelaten te worden voor voetgangers; bij plaatsing van voorwerpen boven de weg, niet zijnde gevelreclame, bedraagt de doorrijhoogte minimaal 4,20 meter gemeten vanaf de kruin van de weg; bij plaatsing van steigers boven de weg op het trottoir ten behoeve van bouw-, sloop- of onderhoudswerkzaamheden worden voldoendemaatregelen getroffen ter voorkoming van verspreiding van vuil en ten behoeve van de opvang van vallend materiaal/materieel; stoffen zoals zand, aarde en grint mogen alleen in zakken worden geplaatst (dus niet los storten) en als wordt voldaan aan letter; bij een open puinbak of zak moet deze tussen zonsop- en zonsondergang, doch in ieder geval tussen 22.00 en 06.00 uur, afgedekt zijn ter voorkoming van verspreiding van vuil; de in gebruik genomen oppervlakte bedraagt niet meer dan 20 m² en wordt niet langer dan tien werkdagen in beslag genomen; er worden preventieve maatregelen genomen tegen schade (aan wegdek); bij plaatsing van één of meer voorwerpen op een parkeerplaats mag niet meer dan één parkeerplaats in beslag genomen worden; na verwijdering van een voorwerp moet de omgeving schoon achter gelaten worden.

Rechtspraak bij dit artikel