Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2014

1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door inloggen op de centrale computer. 3.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 30 dagen na de datum waarop de vergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet binnen 21 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. 5.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel