Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 18

Verantwoording subsidies vanaf € 75.000 per jaar

Onderdeel van Algemene subsidieverordening samenleving gemeente Hellendoorn 2014

1.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 75.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een incidentele subsidie: uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; bij een jaarlijkse subsidie: uiterlijk vóór 1 juni van het jaar na afloop van het kalenderjaar; bij een meerjarige subsidie: binnen vier maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: een activiteitenverslag, dat de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend beschrijft en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; een accountantsverklaring, waarbij tevens een uitspraak wordt gedaan over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen door de subsidieontvanger. 3.. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel ontleent aan de subsidie omvat het financieel verslag de balans en exploitatierekening met de toelichting en voldoet het aan het hierna gestelde onder a tot en met d: het financieel verslag geeft een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel wordt gevormd omtrent het vermogen en het exploitatiesaldo en voor zover de aard van het financieel verslag dat toelaat, omtrent de solvabiliteit en liquiditeit van de subsidieontvanger; de balans met toelichting geeft de grootte en de samenstelling in actief- en passiefposten van het vermogen op het einde van het boekjaar weer; de exploitatierekening met de toelichting geeft de grootte van het exploitatiesaldo van het boekjaar weer; het financieel verslag sluit aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar, voorafgaand aan het boekjaar. 4.. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten in overwegende mate ontleent aan de subsidie, kan het college bepalen dat lid 3 van dit artikel van overeenkomstige toepassing is. 5.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel